BHP

Toen BHP Billiton in mei 2015 geruisloos een volledige afsplitsing van haar staal-, aluminium- en mangaandivisie doordrukte en als een nieuw beursgenoteerd bedrijf (genaamd South32) naar de beurs bracht, reageerden de meeste grondstoffenanalisten neerbuigend op wat zij zagen als het dumpen van afvallige mijnbouwactiva. Wat Wall Street echter niet begreep, was dat de bestuurskamer in Melbourne op dat exacte moment bezig was met een van de meest meedogenloze zuiveringen uit de geschiedenis van de mondiale mijnbouw. Doch onder de glimmende ijzerertstreinen in het West-Australische Pilbara-bekken schuilt een fascinerend financieel raadsel: hoe slaagde BHP Group (LSE: BHP) erin om haar volume en petroleumtakken drastisch in te krimpen, terwijl haar operationele kasstromen en kapitaalrendementen per aandeel naar recordhoogtes stegen?

De wortels van deze mijnbouwgigant voeren ons terug naar 1851, het oprichtingsjaar van de N.V. Billiton Maatschappij, opgericht voor de tinwinning op het Indonesische eiland Belitung. Drie decennia later, in 1885, werd in de bloedhete woestijn van New South Wales The Broken Hill Proprietary Company (BHP) opgericht rond een van de rijkste zilver-, lood- en zinkaders ter wereld. Waar vroege sectorgenoten bezweken onder extreme prijsvolatiliteit en logistieke chaos, manoeuvreerde BHP door eigen spoorlijnen, smelterijen en scheepvaartnetwerken aan te leggen. In 2001 smolten BHP en Billiton samen tot de grootste mijnbouwer ter wereld. De daaropvolgende kwarteeuw werd gekenmerkt door strategische meesterzetten: de spin-off van South32 in 2015, de verkoop van de schalie-activa aan BP in 2018 en de fusie van haar olie- en gastak met Woodside Energy in 2022.

Per segment ontleed vormt Iron Ore (ijzererts) de absolute winstmotor met 50,3% van de totale groepsomzet. De koperdivisie Copper (de sleutel tot de mondiale energietransitie) brengt 33,4% binnen, terwijl Metallurgical Coal (cokeskool voor staalproductie) 14,0% bijdraagt en de in aanbouw zijnde Potash-divisie (potas/meststoffen) samen met overige activiteiten 2,3% vertegenwoordigt. Geografisch is de omzet extreem afhankelijk van de Aziatische honger naar grondstoffen: China is goed voor 61,9%, de rest van Azië (met name Japan, Zuid-Korea en India) voor 21,0%, Noord-Amerika en Europa voor 10,1%, en Australië samen met de rest van de wereld voor 7,0%. In vergelijking met directe megaconcurrenten zoals Rio Tinto, Vale, Glencore en Anglo American, bezit BHP de meest winstgevende ijzererts- en koperactiva ter wereld.

Een diepe duik in de balans onthult een meesterklasse in kapitaaldiscipline. De schuldpositie is uiterst conservatief gestructureerd: met een Netto Schuld/EBITDA-ratio van slechts 0,8x beweegt de groep zich ruim binnen haar eigen doelbereik. De rentedekkingsratio staat op een oersterke 18,5x. Operationeel behaalt BHP een duizelingwekkende operationele marge van 42,5%, waarmee het Rio Tinto, Vale, Anglo American en Glencore ver achter zich laat. De Vrije Kasstroommarge bedraagt een solide 23,2%. Over de afgelopen 5, 10 en 25 jaar vertoont de omzet een samengestelde jaarlijkse groei van respectievelijk 5,8%, 1,2% en 5,4%. De bescheiden 10-jarige en 25-jarige omzet-CAGR's worden direct verklaard door grote strategische desinvesteringen en herstructureringen, waaronder de South32-afsplitsing en de volledige exit uit de fossiele olie- en gassector. De Vrije Kasstroom CAGR over 5, 10 en 25 jaar bedraagt respectievelijk 8,2%, 3,8% en 4,1%, wat onderstreept dat de kasstroomgeneratie per aandeel aanzienlijk sneller is gegroeid dan de bruto omzet.

Het dividend van BHP geldt als de ultieme maatstaf binnen de mondiale grondstoffensector. Het rendement is ruimschoots superieur aan dat van Anglo American, bevindt zich op gelijke hoogte met Rio Tinto en vermijdt de extreem volatiele uitschieters van Vale. Het betalingsbeleid is gekoppeld aan een strikte minimale pay-out ratio van 50% van de onderliggende nettowinst, waarbij de pay-out ratio momenteel een comfortabele 62% bedraagt. Over de afgelopen 10 en 25 jaar genereerde het dividend een samengestelde jaarlijkse groei van respectievelijk 7,2% en 8,1%. Het inkooprendement over de afgelopen 10 jaar bedraagt gemiddeld 0,6% per jaar, aangezien BHP de voorkeur geeft aan contante dividenduitkeringen en ad-hoc buitengewone dividenden boven continue aandeleninkopen.

De risico's voor BHP worden gedomineerd door een eventuele structurele groeivertraging in de Chinese vastgoedsector, geopolitieke spanningen tussen Canberra en Peking, en juridische afwikkelingen rond historische damdoorbraken (zoals het Samarco-dossier in Brazilië). Zoals de onderneming in haar 175-jarige bestaan de Grote Depressie en talloze grondstoffencrashes overleefde door altijd de laagste kostencurve (First Quartile Cost Position) ter wereld te garanderen, beschermt BHP zich nu door haar Pilbara-ijzererts te produceren tegen een contante kostprijs van minder dan 18 dollar per ton. Voor de komende 1 tot 3 jaar geeft het management een duidelijke forward guidance af met een jaarlijks kapitaalbudget van 10 tot 11 miljard dollar, gefocust op de uitbreiding van het Jansen-potasproject in Canada en koperuitbreidingen in Chili en Australië, gecombineerd met de handhaving van de minimale 50% dividend-payout.

BHP transformeerde haar balans door kapitaalintensieve randactiviteiten af te stoten en de vrijgekomen middelen te concentreren op activa met een superieur kostenprofiel. Door de exit uit olie en schaliegas ruilde de groep volatiele kapitaalvernietiging in voor voorspelbare hefboomwerking op de mondiale elektrificatie.

 

Wij beleggen zelf geld in BHP.
Ontdek hier of het beoogde kasstroomrendement boven onze koopdrempel van 6,0% ligt.