Shell

Toen de bestuursraad van de toenmalige Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij op een kille aprilochtend in 2020 het ondenkbare aankondigde en het dividend met maar liefst 66% verlaagde (voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog) stroomden de krantenkoppen vol met verhalen over de ondergang van een Europees icoon. Wat analisten op dat moment echter volstrekt over het hoofd zagen, was dat topman Ben van Beurden en zijn financiële architecten geen capitulatie ondertekenden, maar de eerste zet deden in een van de meest meedogenloze balansreconstructies uit de geschiedenis van de energiesector. Hoe veranderde deze trage Brits-Nederlandse bureaucratie in een hyper-efficiënte kapitaalmachine die jaarlijks tientallen miljarden dollars aan aandeelhouders kan teruggeven?

De oorsprong van deze megacorporatie voert ons terug naar 1833, het jaar waarin de Londense handelaar Marcus Samuel begon met de import van zeeschelpen uit het Verre Oosten, de kiem voor de Shell Transport and Trading Company. In 1907 bundelde Samuel de krachten met de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij (opgericht in 1890) om het hoofd te bieden aan de meedogenloze expansie van John D. Rockefellers Standard Oil. Door de fysieke controle over de wereldwijde scheepvaartroutes en raffinagecapaciteit manoeuvreerde de combinatie haar vroege rivalen uit. Een eeuw later, in 2016, voltrok Shell met de overname van BG Group voor 53 miljard dollar haar belangrijkste strategische wending: het claimen van de absolute wereldheerschappij in vloeibaar aardgas (LNG). In 2022 volgde de historische vereenvoudiging van de duale aandelenstructuur, waarbij het hoofdkantoor definitief werd verplaatst van Den Haag naar Londen.

Segmenteel ontleed levert de divisie Marketing de grootste bijdrage met 43,2% van de totale omzet, nauw op de hielen gezeten door Chemicals & Products met 31,4%. De tak Integrated Gas (het kronjuweel op het vlak van marges) genereerde 12,5%, terwijl Upstream 11,1% bijdroeg. De opkomende divisie Renewables & Energy Solutions was goed voor 1,2%. Geografisch is de omzet wijdverspreid: Europa is goed voor 36%, de Verenigde Staten voor 30%, de regio Azië, Oceanië & Afrika voor 28% en de overige Amerikaanse markten voor 6%. In vergelijking met Amerikaanse supermajors zoals ExxonMobil en Chevron, alsmede Europese rivalen TotalEnergies en BP, domineert Shell met verve de mondiale LNG-handel.

Een kritische blik op de balans toont een drastisch gesaneerde financiële structuur. Met een Netto Schuld/EBITDA-ratio van slechts 0,8x opereert het concern op een van de gezondste niveaus in haar 140-jarige geschiedenis. De rentedekkingsratio staat robuust op 11,2x. De Vrije Kasstroommarge bedraagt een solide 9,9%. De samengestelde jaarlijkse omzetgroei over de afgelopen 5, 10 en 25 jaar bedraagt respectievelijk 3,4%, -2,8% en 2,1%. De negatieve 10-jarige omzet-CAGR weerspiegelt de grootschalige afstotingen na de BG-overname en de volatiele olieprijsomgeving. De FCF CAGR over 5, 10 en 25 jaar bedraagt respectievelijk 12,5%, 4,2% en 2,8%, wat de enorme operationele efficiëntiewinsten illustreert.

Het dividend van Shell is na de hervorming van 2020 getransformeerd. De uitkeringsratio op basis van de vrije kasstroom bedraagt een zeer veilige 36%. Over de afgelopen 10 en 25 jaar vertoont het dividend een CAGR van respectievelijk -1,8% (door de verlaging in 2020) en 1,9%. Wat Shell echter onderscheidt, is het agressieve inkoopprogramma van eigen aandelen: het gemiddelde 10-jarige inkooprendement bedraagt 3,2% per jaar, maar is de afgelopen jaren opgelopen tot 8% à 10% per jaar. Shell koopt ieder kwartaal voor 3,0 tot 3,5 miljard dollar aan eigen aandelen in.

De risico's voor Shell worden gevormd door geopolitieke spanningen in de Straat van Hormuz en de Rode Zee, Europese klimaatrechtzaken en wispelturige overheidsheffingen op fossiele winsten. Zoals de groep in de jaren '70 de Arabische olie-embargo's overleefde door snelle diversificatie, beschut het concern zich nu via haar dominante handelskantoor (Trading & Supply) dat marktvolatiliteit direct omzet in handelswinsten. Voor de komende 1 tot 3 jaar hanteert het management heldere forward guidance met een jaarlijks kapitaalbudget van 22 tot 25 miljard dollar, het uitkeren van 40% tot 50% van de operationele kasstroom aan aandeelhouders en een beoogde jaarlijkse dividendgroei van 4%, gecombineerd met de voortzetting van eigen aandeleninkopen.

De dividendverlaging van 2020 was geen verarming van de aandeelhouder, maar een geniale herallocatie van kapitaal. Door de vastgekoekte contante dividendverplichting te verlagen, creëerde Shell de financiële ruimte om haar eigen zwaar ondergewaardeerde aandelen op de beurs op te kopen. Hierdoor stijgt de winst én de kasstroom per overgebleven aandeel exponentieel. Shell is niet langer een fossiele mammoettanker die afhankelijk is van hoge olieprijzen, maar een ultra-gedisciplineerde cash-machine die waarde laat bovendrijven via de combinatie van aandelen-inkoop en hoogrendabele gasactiviteiten.

 

Wij beleggen zelf geld in Shell.
Ontdek hier of het beoogde kasstroomrendement boven onze koopdrempel van 6,0% ligt.